Kleur is een visuele zintuiglijke waarneming. Een mens kan ongeveer 10 miljoen verschillende kleuren van elkaar onderscheiden.
Met kleurmodellen of kleursystemen proberen wij de kleuren onder te verdelen en te beschrijven. Zelfs Leonardo da Vinci hield
zich al bezig met het onderwerp “kleur”, maar ook de Duitse dichter/ schrijver Johann Wolfgang von Goethe in zijn werk “Zur Farbenlehre“. Hij hield zich voornamelijk bezig met het effect van kleur. Daaruit is inmiddels de kleurenpsychologie
ontstaan. Goethe gaat uit van 6 felle basiskleuren: Purper, Oranje, Geel, Groen, Blauw en Roodblauw. De overgangen tussen
deze basiskleuren vormen een doorlopende kleurencirkel. Maar Goethe ontwikkelde nog geen echt kleurensysteem.
Johannes Itten creëerde in 1961, op een soortgelijke manier als Goethe, een kleurencirkel. Deze Bauhaus tekenleraar stelde in zijn cirkel
de kleuren Geel, Rood en Blauw tegenover hun complementaire kleuren Violet, Groen en Oranje. Hij definieerde Zwart en Wit
als oneigenlijke kleuren. De theorie van de “zeven contrasterende kleuren” die van oorsprong werd ontwikkeld door zijn leraar
Adolf Hölzel, werd later door Itten verder uitgewerkt. Die theorie wordt tot op de dag van vandaag nog gedoceerd aan vele
kunstnijverheidsscholen en kunstacademies. Met het kleurensysteem van Itten als uitgangspunt, ontwikkelde in 2008 de kleurenontwerper
Peter Zoernack zijn kleurensysteem voor de DLW Linoleumcollectie. Marmorette gemarmerde structuur binnen deze kleurencirkel is terug te vinden in drie helderheidstadia van de verschillende tinten. Deze
verschillende tinten kunnen harmonieus en complementair worden gecombineerd binnen een bepaalde kleurstelling of binnen een
bepaald helderheidstadium.
Een van de weinige gebruikte, en wereldwijd gestandaardiseerde, kleurensystemen is het Natural Color System (NCS), dat zich richt op de kleurwaarneming van de toeschouwer. De rechten van dit NCS systeem zijn in het bezit van het Scandinavische
Kleurinstituut in Stockholm. Het Natural Color System gaat uit van de vier felle basiskleuren Geel (Y), Groen (G), Rood (R)
en Blauw (B), die als “zuivere”kleuren worden ervaren. Binnen een kleurencirkel worden Geel en Blauw, maar ook Rood en Groen
tegenover elkaar gezet, zoals de windrichtingen van een kompas. Daartussenin worden de overige tinten onderverdeeld als mengvormen
van de bovengenoemde kleuren. De niet-elementaire kleuren zwart en wit worden hier nog aan toegevoegd, en binnen een derde
dimensie ontstaat er een dubbele cilinder, met de kleurencirkel als dwarsdoorsnede in het midden, die naar boven toe uitloopt
in alle lichte tinten tot uiteindelijk wit, en die naar beneden toe uitloopt in alle donkere tinten tot uiteindelijk zwart.
Dit driedimensionale model wordt ook gerekend tot het NCS kleurensysteem. De identificatie van afzonderlijke kleuren valt
uiteen in twee gedeelten: het eerste deel heeft betrekking op het aandeel zwart en de verzadiging (in de hoogte van de cilinder),
en het tweede deel op de plaats binnen in de kleurencirkel. Bijvoorbeeld NCS 1050 – Y90R: hierbij betekent het getal 1050
een aandeel van 10% zwart en 50% helderheid; en Y90R betekent Geel met een Roodaandeel van 90%.
Top |
|
Colours for winter Interview Nickl & Partner Architekten AG Heidelberg Paediatric Clinic Architect Melanie Neuhaus Interview Emmi Mieskes Interview Lür Meyer-Bassin Dresden school sports center Interview Lino Art Designer 22quadrat Interview 22quadrat Armstrong Linoleum Awards Colour Systems Colourdesigner Peter Zoernack Getting a grip on colours
|
|