“Ontworpen om uit elkaar te halen”: een pleidooi voor herbruikbare bouwmaterialen.
Een zeer groot deel van de totale hoeveelheid grondstoffen die nodig is voor een gebouw, wordt tijdens de bouw verspild. Daar
komen dan ook nog eens ongeveer 60% van de afvalmaterialen voor de sloop en de nieuwbouw bij. De huidige ontwikkelingen in
de bouw, bevestigt de angst dat de hoeveelheid geproduceerd afval in de toekomst alleen nog maar groter zal worden – terwijl
aan de ene kant de levensduur van gebouwen steeds korter wordt, worden er aan de andere kant steeds meer verschillende materialen
door elkaar heen toegevoegd aan de constructie: composieten bouwmaterialen bestaan vaak uit een veelvoud aan grondstoffen,
die uiterst hecht aan elkaar verbonden zijn, zodat je ze in de toekomst bijna niet meer uit elkaar kunt halen. Dat zorgt later
voor een gigantische berg onbruikbaar gemengd afval. Door zoveel afval te produceren worden het milieu en de maatschappij
net zo erg belast als bij de productie van nieuw bouwmateriaal, wat weer leidt tot meer energie- en grondstoffenverbruik.
Duurzame gebouwen moeten dus anders worden geconstrueerd: de afzonderlijke bouwdelen moeten zodanig worden samengevoegd dat
deze ook weer uit elkaar gehaald kunnen worden. De afzonderlijke bouwlagen moeten ook zo worden gebouwd dat ze afzonderlijk
kunnen worden onderhouden en vervangen – omdat de levensduur van materialen onderling van elkaar verschilt. Met name de technische
uitrusting van een gebouw moet gemakkelijk kunnen worden vervangen – omdat enerzijds de techniek zich nogal snel vernieuwt
en anderzijds de uitrusting onderhevig is aan veranderende normen (denk aan de beschikbaarheid van bepaalde grondstoffen,
klimaateisen).
Design for Disassembly (“Ontworpen om uit elkaar te halen”) is een opzet voor bouwconstructies die niet alleen in elkaar kunnen
worden gezet, maar die ook zonder al te grote ingrepen kunnen worden veranderd, gesloopt en hergebruikt. Design for Disassembly
beschrijft hiervoor ook een strategie omdat bij het ontwerp en de constructie al nagedacht moet worden over de demontage.
Om op die manier een gebouw in elkaar te zetten, creëer je de beste randvoorwaarden voor een bouweconomie waarbij de bouwonderdelen
en materialen in een gesloten grondstoffenkringloop worden benut, net als bij het “Cradle to Cradle”-principe (Braungart,
Mc Donough, 2002). Bij een “Cradle to Cradle”-productie wordt het verschijnsel ‘afval’ tot een minimum beperkt. De producten
bestaan daarbij uit grondstoffen die volledig kunnen worden gerecycled. Om dat hergebruik op gebied van materialen te kunnen
realiseren, moeten de samengestelde constructies kunnen worden gesplitst in gebouwenonderdelen en bouwmaterialen. De komende
jaren zal het voor architecten een van de grootste uitdagingen vormen om de concepten hiervoor te ontwikkelen.
In de Sustainable Design Studio van de Münster School of Architecture MSA hebben wij ons intensief bezig gehouden met de ontwikkeling
van dergelijke systemen. De ontwikkeling voltrok zich op twee gebieden: Op het gebied van grondstoffen wordt er doelgericht
gespeurd naar bouwstoffen die ofwel zo eenvoudig mogelijk kunnen worden hergebruikt, dan wel stoffen die volledig biologisch
afbreekbaar zijn. De natuur biedt vaak een zeer productief recycling systeem. Goede materialen worden afgebroken tot bestanddelen
die weer opnieuw kunnen dienen als meststof voor biologische producten in de natuurlijke cyclus van grondstoffen. Het tweede
gebied waarop zich de ontwikkeling voltrok, was die van de samenvoeging, montage en demontage van de verschillende bouwdelen.
Hierbij was het doel de ontwikkeling van bouwsystemen die zonder het gebruik van extra materiaal kunnen worden samengevoegd.
Klaus Dömer en Puja Shafaroudi hebben in hun project voor de bachelorcursus Design for Disassembly een houten constructie
ontwikkeld, die uitsluitend gebaseerd is op steekverbindingen en die zonder verdere verbindingsmiddelen kunnen worden uitgebreid
in alle drie de dimensies. Voor dat systeem hebben zij bovendien een afwerking ontwikkeld die eveneens is gebaseerd op volledig
biologisch afbreekbare materialen zoals natuurlijk gomelastiek, kurk, hout en biologische kunststoffen. Met deze afwerkingmaterialen
kan het gebouw waterdicht en winddicht worden gemaakt en voldoet het ook op het gebied van isolatie aan zeer hoge eisen. Uit
dit voorbeeld blijkt wel dat er een bouwcultuur denkbaar is die het dynamische evenwicht tussen mens en natuur behoudt.
Over Hans H. Drexler: De Architekt Hans H. Drexler vestigde in 1999 samen met Marc Guinand en Daniel Jauslin het architectenbureau Drexler Guinand
Jauslin met vestigingen in Frankfurt, Zürich en Rotterdam. Speerpunten in hun werkzaamheden zijn het duurzame en energiezuinige
bouwen, openbare gebouwen, binnenstedelijke ruimtebenutting en woningbouw. Sinds september 2009 heeft Hans H. Drexler een
representatieve professorale leerstoel aan de Münster School of Architecture MSA in de Sustainable Building Design Studio.
Gedipl. arch. ETH Hans Drexler M. Arch (Dist.) Drexler Guinand Jauslin Architekten, Frankfurt, Rotterdam, Zürich http://www.dgj.eu
Münster School of Architecture Sustainable Building Design Studio https://www.fh-muenster.de/fb5/departments/konstruktion/drexler
Top |
|
Newport Highschool spine architects Ecologische Voetafdruk Drexler Guinand Jauslin Architekten GmbH Milieuproductverklaringen Hedendaagse linosnede Charity Campaign Universiteit Olomouc Milieucertificaten en -keurmerken Duurzame grondstoffen Architects berger röcker
|
|